10/5/2021
Laatste fietstocht
Dit is niet gebeurd. Het was geen broeierige Moederdag, de kerkklokken en de donder klonken niet tegelijkertijd. De regenwolken verdwenen niet op miraculeuze wijze en de zon scheen niet op de gele bermen vol bloeiend koolzaad toen we op de fiets stapten voor een rondje over het eiland. Mijn zusje had de as van mijn moeder niet in een van de fietstassen gedaan, mijn vader had met een priem geen gaatje onderin gemaakt.
    We reden niet over de verzakte binnendijk naar de Zeedijk, niet langs het glinsterende water met kleine, verre zeilen, niet voorbij het gors waar de jonge ganzen al halfwas waren. Niemand huilde, niemand had pijn op de borst. Niemand dacht aan ontbijt op bed, aan een zelf verzonnen liedje, aan op school geknutselde cadeaus. Er waren geen oliebollen want de jaarlijkse rommelmarkt ging gisteren niet door.
    De fietstas werd niet ongemerkt leger en leger. Rietpluimen wuifden niet, er stonden geen schapen op het fietspad omdat iemand het hek was vergeten dicht te doen. Er waren geen wielrenners, geen oudere echtparen, geen puttertjes. Het bollenveld was niet gekopt. We haalden geen ijsje bij een boer, stapten niet af bij een geitenweitje, hadden geen wind tegen op de Drieëndijk die nu zo mooi is met die populieren erlangs, maar een kale vlakte was toen zij hier als schoolmeisje dagelijks fietste.
    Ze kan zoveel willen. Ze had het allemaal zo mooi bedacht. Die fietstocht, die lentedag. Maar wij zijn er ook nog. En we willen haar niet kwijt – al is ze dan van as.
5/5/2021
Als een slang
In de straatkrant las ik een interview met een zeemeermin. Ze heette Jopie en je kon haar boeken voor een kinderfeestje. Haar haar was roze, haar vissenstaart had ze zelf gemaakt. Jopie is niet de enige zeemeermin onder ons. Vergis ik me of is het mythische wezen populairder dan ooit? Er zijn tientallen boeken over haar (soms hem) te koop en bijna elk zwembad biedt workshops aan waarin je leert zwemmen met een monovin.
    Deze zomer beginnen op Sardinië de opnamen van de liveaction-versie van Disneys 'The Little Mermaid'. Toen vorig jaar bekend werd dat de hoofdrol vertolkt zal worden door een jonge Afro-Amerikaanse actrice, schrokken veel fans van de oorspronkelijke animatiefilm uit 1989. Zij hadden graag opnieuw een witte, roodharige Ariël gehad. Anderen waren juist blij en wezen erop dat de zeemeermin óók voorkomt in Afrikaanse mythen – daarin heet zij Mami Wata.
    Mami Wata is slechts een van de vele namen waaronder zeemeerminnen opduiken in de sagen van de mensheid. Dat fascineert me: bijna alle culturen kennen verhalen over zeemeermensen. Bij de oude Grieken waren er de nereïden en de oceaniden, bij de Assyriërs was er een godin met een vissenlichaam die Atargatis heette. Er zijn Thaise volksverhalen over een zeemeerminprinses en ook in Chinese en Japanse mythen figureren zeemeermensen. In Europese volksverhalen duikt de zoetwatermeermin Melusine op, er is een Engelse legende over een zeemeermin die verliefd wordt op een zanger, en in een Zeeuwse sage vervloekt een zeemeerman een dorp nadat zijn echtgenote door lokale vissers is meegenomen – het dorp vergaat, op de toren na.
    Hoe kan het dat dit dubbelwezen overal op aarde is terug te vinden – behalve in de grond, want een fossiel is nog nooit gevonden? Moeten we de meermin opvatten als een archetype uit ons collectieve onderbewuste, een symbool voor onze oorsprong: het leven dat uit de zee komt, of voor het ongeboren kind in zijn oceaan van vruchtwater? Herinnert zij ons – té verstedelijkte mensen die we zijn – aan onze dierlijke kant?
    Persoonlijk heb ik een hekel aan zeemeerminnen. Ze zijn té mooi en té hulpeloos op het droge. Ik erger me aan die overdreven vrouwelijke passiviteit – die arme Jopie moet gedragen worden naar een kinderfeestje. Zeemeerminnen horen in een rolstoel. Het ergst van allemaal is dat ik zelf soms droom dat ik als een slang door het water glijd, een golvende staart achter me, mijn neus net boven het wateroppervlak. Daar snap ik helemáál niets van. 


Back to Top