5/11/2022
Schrijfster (m/v/x)
Ik weet het niet meer. Noem je je nou ‘schrijver’ zoals de kranten doen of wijk je af van de nieuwe norm omdat onderzoekers stellen dat het ‘oprekken’ van een term niet werkt en dat vrouwen zo juist onzichtbaarder worden? Het probleem van het woord ‘schrijfster’ is (volgens mij) dat het minder status heeft – het klinkt naar chicklit, commerciële thrillers, bouquetreeksromans. Dus noem je je ‘schrijver’ en zeg je daarmee eigenlijk: ik doe ook mee met de ‘serieuze kunst’ hoor, ik schrijf niet met mijn tieten, maar met mijn imaginaire ballen. De term ‘schrijver’ is een mannenpak, en hoewel ik niks tegen verkleden heb (graag zelfs), voelt het als het opdringen van een masculiene norm. Pfff… was ik maar een man. Dan noemde ik mezelf ‘schrijfster’ en was ik van het hele gedoe af.​​​​​​​
25/9/2022
Een kijkje in de keuken
Niets fijner dan schrijven, tekenen, broeden op ideeën. Nadat ik in april/mei een maand lang research deed op Big Island en in Honolulu, werkte ik afgelopen maanden hard aan het manuscript van mijn nieuwe roman over een Nederlandse sterrenkundige op Hawai'i. Hierboven een heel klein voorproefje van de illustraties die ik maakte (veel meer dan voorheen!). En zoals je ziet: geen palmbomen. Ik ben op zoek gegaan naar het andere Hawai'i. Dat van de inheemse bevolking, van de vulkaangodin, van de uitgestorven vogelsoorten. 
1/2/2022
Eilanden
Op 2 februari 1990 – mijn tiende verjaardag en de tweeënzeventigste van Hella S. Haasse – was Boudewijn Büch (toen eenenveertig) op Paaseiland. Nadat hij zijn spullen in het hotel had neergezet, ging hij meteen kijken naar de beroemde beelden. ‘Dit is onvoorstelbaar mooi, onbegrijpelijk en bijna bovenzinnelijk,’ schreef hij in een reisverslag. Het was er ook ‘beestachtig heet’ en ‘oeverloos eenzaam’.
    Zijn bezoek werd vastgelegd door een cameraploeg en een jaar later uitgezonden op tv. Ik heb het vast gezien want in 1991 maakte ik een werkstuk over Paaseiland, met op het omslag een ingekleurd gekopieerd plaatje van een ‘moai’ en achterin een zelfgetekende kaart. Het leek me fantastisch om ooit naar dat verre eiland te gaan dat in 1722 ‘ontdekt’ was door een Hollander (van tweeënzeventig!), maar later kwam het er nooit van.
    Vorig jaar vond ik in een kringloopwinkel een oud nummer van de glossy Avenue met Büchs reisverhaal over Rapa Nui. Op het omslag de kop: ‘Paaseiland: Boudewijn Büch verbijsterd’ Het zien van de enorme stenen hoofden die het piepkleine, kale stukje land bewonen en van wie niemand precies weet hoe ze ooit opgericht zijn, vond hij een ‘schokkende ervaring’. ‘Lezer,’ schreef hij dan ook, ‘ga niet naar Paaseiland, het is er zo onbeschrijflijk onbeschrijflijk.’
    Ik (nog net eenenveertig) zal Büchs raad maar opvolgen. Dat ik mijn interesse in Polynesië heb overgeheveld op Hawai’i en binnenkort naar Big Island zal afreizen, zal de grote eilandenliefhebber wel hebben kunnen bekoren. Hij kwam vele malen op Hawai’i en vond het prachtig. Het was de archipel waar hij als jongen over droomde nadat hij Elvis’ film ‘Blue Hawaii’ had gezien.
   (En als mijn boek over Hawai’i af is? Tja… misschien dat ik me dan eens ga verdiepen in het eilandenrijk waar mijn verjaardagsgenote Haasse werd geboren…)
2/6/2021
De wiervissenrevolutie
In de Netflixdocumentaire ‘Chasing coral’ (2017) zag ik wiervissen, zeepaardjes vermomd als takje wier. Deze briljante beestjes leven in de buurt van koraalriffen, de bedreigde kraamkamers van de oceaan. Hoe erg bedreigd toont de documentaire: onderwaterfilmers leggen daarin het verbleken en afsterven van een koraalrif vast – veroorzaakt door de opwarming van de zeeën.
    Na het zien van de film wilde ik graag bijdragen aan het behoud van de riffen. Omdat ik al best milieuvriendelijk leef, vroeg ik me af of mijn boeken óók groener konden. Ik dook in de materie, las verschillende artikelen van De Correspondent over duurzaam uitgeven en pluisde de website papierenkarton.nl uit waar alles op het gebied van papier en milieu samen is gebracht. Zo kwam ik erachter dat er een Zweedse papierfabriek is die mooi papier maakt dat het Europese ecolabel mag dragen en dat een van de grote Nederlandse drukkerijen bio-inkt gebruikt, op groene stroom draait en zelf haar (overige) uitstoot compenseert. 
    Ik vroeg de ontwerper van mijn nieuwe dichtbundel om een besparende opmaak en het hoofd van de productieafdeling van de uitgeverij om het Zweedse papier en bio-inkt. Dankzij hun medewerking werd mijn bundel al aardig milieuvriendelijk – maar ik wilde ook graag de volgende stap zetten: het boek klimaatneutraal maken. Wie boeken publiceert, produceert nu eenmaal koolstofdioxide en door klimaatcompensatie neem je daar verantwoordelijkheid voor.
    De gemiddelde uitstoot van een boek ligt tussen de 1 en 2 kg CO₂. Voor mijn duurzame bundel schatte ik de CO₂-emissie op hoogstens 500 kg voor de gehele oplage van vijfhonderd dichtbundels. Om dat te compenseren kun je bomen laten planten of investeren in milieuvriendelijke kooktoestellen in derdewereldlanden. Ik koos voor dat laatste, maar toen ik mijn 500 kg wilde intypen in de calculator op de site van het FairClimateFund bleek dat CO₂-compensatie alleen per ton ging en dan € 18,15 kostte – een bedrag waarvoor geen enkele arme dichter een excuus heeft.
    Ik mag me natuurlijk niks verbeelden met mijn hoopje drukwerk dat een paar bomen velt, toch houd ik mezelf graag voor dat alles telt als het gaat om klimaatbehoud. In mijn fantasie ontketenen de schrijvers van Nederland een kleine, ritselende revolutie door al hun boeken duurzaam én klimaatneutraal te maken, en gaan alle betrokken lezers op de fiets naar de boekhandel. Dan wordt de literatuur vanzelf een beschermd koraalrif.

Back to Top